Het spoor van de Kaatmannen was wat gemakkelijker te volgen. De uit Weerderbroek (Wertherbruch, in Duitsland, bij Dinxperlo) afkomstige Oortwijn Koteman trouwde in 1758 in Brummen met Engeltjen Arendtzen. De nazaten hebben zich verder vooral in Gelderland verspreid. De spelling Koteman lijkt juist te zijn, want die komt ook in 1687 in het Trouwboek van Dinxperlo al eens voor. Wellicht is de spelling Kaatman een poging tot verhollandsing van het plat klinkende “Koateman”.

De naam Kaatman komt ook veel voor in Groningen, vooral in Slochteren en omgeving. Er is geen verband tussen de Gelderse en de Groningse naamdragers. In Gelderland is ook de vorm Kateman aanwezig en in Twente de vorm Kotteman. Beide vormen zijn naamkundig vermoedelijk wel verwant, maar wat afstamming betreft zijn daarvoor geen aanwijzigingen.

                                                                                                                                 Echtpaar Kaatman - Nijhuis                                                (ca. 1921)


Overigens heeft het een tijdje geduurd voor de naam Kaatman definitief uitkristalliseerde. De geboorteakte van mijn oma Dientje Kaatman werd door haar vader Wessel nog ondertekend met “Kaartman”, terwijl de tekst van de akte duidelijk “Kaatman” vermeld. Ook zijn twee huwelijksaktes ondertekent hij met “Kaartman”.

Vader Wessel ontleende zijn achternaam aan die van zijn ongehuwde moeder, Jenneke. Van haar kennen we geen ondertekening.

De levenswandel van Jenneke was naar de toenmalige maatstaven niet onberispelijk. Zij werd tenminste viernaam ongehuwd moeder. Dat is ongetwijfeld ook de reden dat zij driemaal werd opgenomen in het gesticht Veenhuizen, van de Maatschapprij van Weldadighgeid. Ik neem aan dat dat die oonames niet vrijwillig zijn geweest.

De eerste maal is zij aangekomen op 28 mei 1849 (uit Arnhem, een jaar na de geboorte van haar tweede kind, die bij de grootouders achterbleef)) en weer ontslagen op 6 juli 1852. Een half jaar later was zij weer terug, zwanger van haar derde kind. De vierde maal werd zij opgenomen op 11 december 18567, vanuit Zwolle, opnieuw zwanger, waarna zij op 27 juni 1859 in Veenhuizen overleed.

In de familiekring heete het dat Jenneke in Norg “in een dienst” was geweest. Dat zij ongehuwde moeder was heeft mijn moeder nooit verteld.

Of de eerdere Kaatmannen zich ook Kaartman noemden kan ik niet nagaan. Van hen is mij geen ondertekening bekend. In de huwelijksakte van Oortwijn Kaatman en Wesselina Beumkes (1822) staat vermeld dat hij heeft verklaard “niet te kunnen schrijven”. Dat was overigens niet uitzonderlijk: hetzelfde gold voor Gerrit van Linthe toen hij in 1821 in het huwelijk trad.